maandag 20 februari 2017

Lina Cavalieri 2: Bizet, di Capua (Columbia, 1910)

Lina Cavalieri als Carmen

Natalina "Lina" Cavalieri (Viterbo, 25.12.1874 - Florence, 07.02.1944): Italiaanse sopraan. Volgens haarzelf was ze "la donne piu bella del mondo" (de mooiste vrouw van de wereld). 
Het verhaal dat ze op haar 15e wees, naar een streng R.K. weeshuis moest, daar wegliep en meereisde met een theatergroep schijnt een fabel te zijn, maar ze had geen gemakkelijke jeugd en moest als oudste al een rol spelen in de opvoeding (haar moeder was wasvrouw) en werken. 



Ze werkte in het variété in Rome (Concerto delle Varieta), Wenen (Ronacher Theatre), Parijs (ca. 1895, Folies-Bergère) Londen (1897, Empire Theatre) en St. Petersburg. Volgens John Steane trouwde ze met de Russische prins Alexandre Bariatinsky (1870-1910?) maar verliet hem al snel, met medeneming van een deel van diens fortuin. Volgens Don Gillan stimuleerde de prins haar om de operakant op te gaan en zangles te nemen. Lina nam in Parijs zangles bij Blanche Marchesi (1863-1940) en in Milaan bij Maddalena Mariani-Masi (ca. 1850-1916). In 1900 was haar operadebuut in Lissabon (Pagliacci, als Nedda). De prins nam na 3 jaar de benen vlak na dit debuut in Lissabon, dat rampzalig verliep, Lina in wanhoop achterlatend. Of ze ooit getrouwd waren blijft volgens Gillan de vraag: volgens Lina wel, volgens de prins niet.



Ze zong vervolgens in Napels, Warschau en St. Petersburg. In Monte Carlo creëerde ze de rol van Ensoleidad in de oer-uitvoering van Chérubin (Massenet). In Parijs zong ze in 1905 met Enrico Caruso en Titta Ruffo. 
1906: debuut in de Metropolitan, waar ze ook met Caruso zong, en twee seizoenen bleef.
In 1909 opende ze een beauty-salon in New York en verkocht o.m. de Crème à la Cavalieri.
1909-1910: Manhattan Opera Company. 
Ze trouwde in 1910 met de artiest en multi-miljonair Robert Winthrop Chanler (1872-1930) en haalde hem over haar toegang tot zijn fortuin te geven. Tegen het eind van de huwelijksreis in Parijs was het huwelijk al voorbij. Nadat de scheiding in 1912 was uitgesproken was ze $75.000 rijker. Ze verliet de U.S.A. en had veel succes in Rusland en Oekraïne.
1913: Derde huwelijk met de Franse tenor Lucien Muratore. Dit huwelijk hield tot 1927 stand.



Nadat ze zich ca. 1914 terugtrok uit de opera had ze nog een carrière in de filmwereld. Ze speelde rollen in 8 films, o.a. Manon Lescaut (1914). Ook maakte ze 3 films met de Belgische regisseur Edward José (ca. 1880-1930). 
In 1919 trad ze weer op, samen met haar man, bij de Chicago Grand Opera Company en tourde met hem door de USA.
Ze leidde een keten van schoonheidssalons, schreef een boek: My secrets of beauty. 
Eind jaren '20 trouwde ze met haar 4e man, Paolo d'Arvanni (pseudoniem van Arnaldo Pavoni, schrijver), ging in Italië wonen en gaf zangles. Tijdens de 2e wereldoorlog werkte ze als vrijwillig verpleegster. Bij een geallieerd bombardement werden zij en haar man getroffen, omdat ze nog juwelen wilden pakken, maar op weg naar de schuilkelders werd hun dat fataal.

Bronnen:
Wikipedia
John Steane: The record of singing vol.1
Don Gillan


Lina Cavalieri heeft maar weinig platen opgenomen, voor Columbia (1910, 1913) en Pathé (1918), met elkaar ca. 18 plaatkanten.



1  Georges Bizet - "Carmen": Habanera    3:15
2  Eduardo di Capua: Maria! Mari!    3:52
Lina Cavalieri, sopraan (+ orkestbegeleiding)
78t 30 cm: Columbia A 5179   30372-1 / 30400-1
Opname New York, 01-03-1910 / 23-03-1910



Download mp3

woensdag 15 februari 2017

Margherita Salvi (Odeon, 1927-28)


Margherita Salvi (Madrid, 26.05.1897 - Santiago de Chile, 13.03.1981): Spaanse coloratuursopraan. Studeerde bij Avelina Carrera (Barcelona) en Torati (Milaan). 
1925: debuut in Florence als Gilda (Rigoletto)
1926: Teatro Colón, Buenos Aires, met veel succes
1926-1927; 1928, 1933: Italiaanse Opera, Nederland
1927: grote tournee door Duitsland
1929-1932; 1937: Opera van Chicago
1929: gastrollen bij opera van Monte Carlo
1931: gastoptreden in Budapest
1934: gastoptreden in Brussel, Munttheater
Getrouwd met de Spaanse dirigent en componist Federico Longás Torres (1893-1968).


Margherita Salvi en Federico Longás
Ze heeft plaatopnamen gemaakt voor Fonotipia (1924), HMV (1925), Parlophon/Odeon (1927-28) en Victor (1930), met elkaar ca. 34 uitgebrachte titels.

Ik heb 3 30 cm 78t.platen van haar, alle met dirigent Frieder Weissmann, die geschikt zijn om hier te posten. De platen zijn veel gedraaid, dus m.n. in sommige hoge passages hoor je dat de groeven wat uitgesleten zijn. Niettemin interessant genoeg om deze relatief onbekende coloratuurzangeres eens voor het voetlicht te halen.


1  Rossini - "Il barbiere di Siviglia": Una voce poco fa    6:39
    Odeon O-8328 a/b   xxB 7841/2
    Opname Berlijn, 11-11-1927

2  F. Orejón; I. Vaguez tekst: Por un pajaro    3:13
3  Benedict: Il carnevale di Venezia    3:25
    Odeon O-8339 a/b   xxB 7840/5
    Opname Berlijn, 15-11-1927

4  Meyerbeer - "Dinorah": Ombra leggiera    4:12
5  Delibes - "Lakmé": Dov'è l'Indiana bruna?    3:50
    Odeon O-8340 a/b  xxB 8000/7999
    Opname Berlijn, 14-03-1928

Margherita Salvi, sopraan
Mitglieder der Staatskapelle, Berlin o.l.v. Frieder Weissmann

donderdag 9 februari 2017

Maggie Teyte: Selected songs & Opera (Gramophone Shop, 1947)


Een prachtig album van de legendarische sopraan Maggie Teyte (Wolverhampton, 17.04.1888 - Londen, 26.05.1976): eigenlijke naam Margaret Tate. Engelse sopraan. Opgeleid aan de Royal School of Music, Londen. 
1904: nam les bij de beroemde tenor Jean de Reszke (1850-1925) in Parijs.
1906: zong Cherubino in La nozze de Figaro en Zerlina in Don Giovanni, beide o.l.v. Reynaldo Hahn, in Parijs.
1907: officiële professionele debuut in Monte Carlo, als Tyrcis in Myriame et Daphné (André Bloch, bewerking van Offenbach's Daphnis et Chloé), met Ignace Jan Paderewski.
1908-1910: Opéra-Comique, veranderde haar naam in Teyte i.p.v. Tate.
Studeerde de rol van Mélisande samen met Debussy in diens opera Pelléas et Mélisande, met sensationeel succes. Debussy begeleidde haar ook op de piano op liederenavonden.
1909-1915: huwelijk met de Franse advocaat Eugene de Plumon
1910-1911; 1914; 1922-1923; 1936-1937: Covent Garden
1911-1914: Opera van Chicago
1914-1917: Opera van Boston

1921-1931: tweede huwelijk met de Canadese miljonair Walter Sherwin Cottingham. Trok zich tot 1930 grotendeels terug van het podium.
1930: zong als Mélisande in Pelléas et Mélisande, en Cio-Cio-San in Madame Butterfly.
Het lukte niet haar carrière nieuw leven in te blazen, ze zong uiteindelijk music hall, musicals en operettes in het Victoria Palace, Londen
1936: nam Debussy-liederen op met Alfred Cortot, piano. Sindsdien een hernieuwde carrière als vertolkster van de Franse liedkunst.
1948: eerste optreden in New York, zong o.m. haar glansrol, Mélisande
1951: trok zich terug van het opera-podium
1956: laatste concert, in de Royal Festival Hall, Londen
Wijdde zich daarna aan lesgeven.
1958: werd in de adelstand verheven: Dame. Ze schreef haar autobiografie: Star on the door.

Maggie Teyte heeft enkele rollen gecreëerd:
1908: Circé (Hillemacher): rol van Glycère
1923: The perfect Fool (Gustav Holst): rol van de Prinses.


De opnamen van dit liederen-album zijn gemaakt in Londen, door His Master's Voice.

Gramophone Shop Celebrities vol.3

Claude Debussy - "Pelléas et Mélisande": 
01  Act 1, scène 2: La lettre    3:16
      Opname Londen, 05-10-1947
02  Act 4, scène 4: fontein duet: Tu ne sais pas pourquoi il faut que je m'éloigne    4:39
      Opname Londen, 26-10-1947
78t 30 cm: Gramophone Shop GSC.21  2EA.12376-1 / 2EA.12455-1

Gabriel Fauré:
03  a: La lune blanche luit dans les bois op.61 no.3 (tekst: Paul Verlaine)    
03  b: J'ai presque peur, en vérité op.61 no.5 (tekst: Paul Verlaine)    4:09
      Opname Londen, 05-10-1947   
Maurice Ravel: 
04  a: Le martin-pêcheur (tekst: Jules Renard)
04  b: D'Anne jouant de l'espinette (tekst: Clement Marot)    4:13
      Opname Londen, 05-10-1947
78t 30 cm: Gramophone Shop GSC.22  2EA.12375-1 / 2EA.12455-1

Reynaldo Hahn - "Mozart" (tekst: Sacha Guitry)
05  Act 1, no.3: Être adoré    4:02
06  Act 3 no.12: Adieu    4:16
      Opname Londen, 11-10-1947
78t 30 cm: Gramophone Shop GSC.23  2EA.12409-2 / 2EA.12410-2

Franz Liszt:
07  Oh! Quand je dors (tekst: Victor Hugo)    4:04
      Opname Londen, 26-10-1947
Pjotr I. Tchaikovsky: 
08  Les larmes op.65 no.5 (tekst: Paul Collin)    2:08
      Opname Londen, 26-10-1947
78t 30 cm: Gramophone Shop GSC.24  2EA.12453-1 / 2EA.12454-2

Maggie Teyte, sopraan
Gerald Moore, piano
Totale tijd:  31:27


Download mp3

maandag 30 januari 2017

Begrafenis Enrico Caruso (1921)


Ik heb een merkwaardige 33t-plaat gevonden. Het blijkt een kopie te zijn van een Okeh-opname, opgenomen in Amerika op 23 augustus 1921, 3 weken na de dood van Enrico Caruso. 
De plaat is getiteld "Il funerati di Enrico Caruso a Napoli" en wordt uitgevoerd door Fercor and Company.
De plaat verscheen op Okeh 86001-A/B, matrijsnummers S-70113 / a/70114b.
Fercor is een pseudoniem van Ferruccio Corradetti (1866-1939), een Italiaanse bariton die les gaf in New York.

We horen dus zogenaamd een opname gemaakt tijdens de begrafenisdienst van Enrico Caruso in Napels. Op mijn label staat dat Titta Ruffo te horen is, maar Titta Ruffo heeft niet gezongen op de begrafenis van Enrico Caruso; Tenor Fernando de Lucia (1860-1925), die zich in 1917 had teruggetrokken van het concertpodium, zong wel. Op deze fake-plaat zingt Titta Ruffo ook niet. Mogelijk horen we de stem van Ferruccio Corradetti.

Enrico Caruso stierf op 2 augustus 1921 in Napels op 48-jarige leeftijd aan de gevolgen van het doorbreken van een subdiafragmatisch abces, wat weer buikvliesontsteking tot gevolg had. 
Koning Emmanuel III van Italië stelde de Koninklijke Basiliek van de San Francesco di Paola in Napels ter beschikking voor het opbaren van Enrico Caruso. 
Duizenden mensen bezochten de begrafenis. 
Zijn gebalsemd lichaam werd in een glazen sarcofaag op de Del Pianto begraafplaats in Napels opgesteld. Tenor Tito Schipa zorgde jaarlijks voor een nieuw kostuum.
In 1929 heeft zijn weduwe Dorothy Caruso zijn lichaam permanent verzegeld in een stenen graf.


In de San Francesco di Paola 

Korte filmopname van de begrafenis van Enrico Caruso.
Op Youtube is een derde deel van een biografie van Enrico Caruso te zien, wat gaat over zijn dood en begrafenis (kijk vanaf ca 10:00).


The funeral of Enrico Caruso    10:03
LP 33t Vocal Art


De originele Okeh-plaat (met dank aan JiHoon Suk)

Download mp3

vrijdag 20 januari 2017

Louise Kirkby Lunn 5 (HMV)


Deel 5 van opnamen van de Engelse alt Louise Kirkby Lunn, die ik graag wat extra aandacht geef. 

Louise Kirkby Lunn (Manchester, 08-11-1873 - St. John's Wood, 17-02-1930): 
Engelse alt, opgeleid in Manchester en van 1890-1893 in the Royal Music College London bij Albert Visetti. In Parijs studeerde ze bij Jacques Bouhy. 
Zong van 1901-1914 en van 1919-1922 in Covent Garden, Londen, en 1902-1903, 1906-1908 en 1912-1914 in de Metropolitan Opera, New York.
Louise zong ook oratoria en concertrepertoire: o.a. in The dream of Gerontius en Sea Pictures (Elgar). 
Ze trad veel op in Europa, en maakte in 1912 met de pianist William Murdoch een tournee door Australië en Nieuw-Zeeland.

Louise Kirkby Lunn nam op in de periode 1902-1923 voor de labels Pathé (ook wasrollen), Columbia en Gramophone (G&T, Predog, HMV).
Kijk rechts op mijn blog bij Labels, scroll naar beneden bij Kirkby Lunn Louise, en je vindt andere HMV-opnamen van haar.



Louise Kirkby Lunn, alt

1  Gounod - "Faust": When all was young    3:21
    Orkest o.l.v. Percy Pitt
    78t 30 cm: HMV 03257   HO 1223 ac
    Opname 11-11-1915

2  Mendelssohn - "Elijah": O rest in the Lord    3:36
    Orkest o.l.v. Percy Pitt
    78t 30 cm: HMV 03269   z 5668 f
    Opname 31-10-1911

3  Bizet - Agnus Dei    3:50
    Cello obbligato by W.H. Squire
    HMV 03356   AI 7615 f
    Opname 05-11-1913

donderdag 12 januari 2017

"Zang en Vriendschap" (Haarlem): Columbia, 1926


Het mannenkoor De Koninklijke Liedertafel "Zang en Vriendschap" (Haarlem) stond bij deze opnamen onder leiding van de Belg Lieven Duvosel (Gent, 14.12.1877 - Sint-Martens-Latem, 20.04.1956): componist en dirigent.

Lieven Duvosel was opgeleid aan de conservatoria van Gent en Antwerpen. 
1904-1908: studeerde in Parijs, o.a. orgel bij Charles Widor en compositie bij Gabriël Fauré. 
Duvosel was tijdens de eerste wereldoorlog een "Activist", een Vlaamse groepering die aansluiting zocht bij de Duitse bezetter. Na de eerste oorlog werd hij het land uitgezet.  
1918-1920: verbleef in Berlijn en kwam in contact met Richard Strauss en Arthur Nikisch, die ervoor zorgden dat enkele werken van Duvosel door de Berliner Philharmoniker werden uitgevoerd. 
1920-1940: verbleef in Nederland waar hij een aantal koren en orkesten dirigeerde, w.o. o.a. "Zang en Vriendschap". In 1940 keerde hij terug naar Vlaanderen. 
Hij componeerde talrijke liederen, symfonische werken en cantates. 
Zijn bekendste compositie is de "Leie-cyclus", geschreven tussen 1902-1923 (De Leie is een rivier in België en Noord-Frankrijk die o.m. door Gent stroomt).
Lieven Duvosel

De Koninklijke Liedertafel "Zang en Vriendschap" werd opgericht in 1830 en is het langst bestaande mannenkoor van Nederland. Ze bestaan nog steeds, heten nu "Koninklijk Haarlems Mannenkoor Zang en Vriendschap". 

Jacobus Gallus (Jacob Handl, Jacob Händl) (03.07.1550 - 18.07.1591): componist uit Slovenië. Hij componeerde Ecce Quomodo Moritur, en niet Georg Friedrich Händel, zoals op het label gesuggereerd wordt. Händel gebruikte deze compositie wel als een van de onderdelen voor zijn The ways of Zion do mourn, een funeral anthem voor Queen Caroline, die stierf in 1737.




Richard Hol (Amsterdam, 23.07.1825 - Utrecht, 14.05.1904): Nederlands componist, dirigent en docent. Bekleedde tot 1862 een aantal functies in Amsterdam, verhuisde daarna naar Utrecht, was ook actief in Den Haag. Hij zorgde ervoor dat Robert en Clara Schumann, Johannes Brahms, Joseph Joachim en Carl Tausig in Utrecht optraden. 
Johan Wagenaar en Catharina van Rennes hebben les van hem gehad.
Hol componeerde o.m. 2 opera's, 4 symfonieën, een oratorium, liederen, orgel- en pianomuziek. "In een blauw geruite kiel",  "Waar de blanke top der duinen" en "De paden op, de lanen in" waren beroemde liedjes van hem.

Ik heb de snelheden niet gecorrigeerd: alles is op 78 toeren afgespeeld. Ik heb geprobeerd de eerste track op de juiste toonhoogte af te spelen, maar vind dan dat het koor onnatuurlijker gaat klinken. Enfin. Oordeel zelf.



Koninklijke Liedertafel "Zang en Vriendschap" o.l.v. Lieven Duvosel:

1  Felix Mendelssohn: Beati Mortui    3:43
2  Georg Friedrich Händel: Ecce Quomodo Moritur    3:40
78t 30 cm: Columbia D 17155  (W)FX 87-2/88-1
Opname 08-04-1926 (1); 10-04-1926 (2)

3  Richard Hol: De rots in zee    5:48

78t 30 cm: Columbia D 17156  (W)FX 98/99
Opname 10-04-1926

Download mp3

woensdag 4 januari 2017

Dino Borgioli: Columbia (akoestisch)


Dino Borgioli (Florence, 15.02.1891 - Florence, 12.09.1960): Italiaanse lyrische tenor. Studeerde bij Eugenio Giachetti.
1914: debuut als Arturo (I Puritani, Bellini) in het Teatro Corso, Milaan.
1918: debuut in La Scala, Milaan, als Ernesto (Don Pasquale, Donizetti).
1924: eerste tenor in de Melba-Williamson Grand Opera Tour door Australië, met Nellie Melba.
Hij zong verder in Londen, Glyndebourne Festival, Parijs (zowel de Grand Opéra als de Opéra-Comique), Brussel, Berlijn, Argentinië (Teatro Colón), Salzburger Festspiele (1931, 1935-36), San Francisco (1932, zong Tosca samen met Claudia Muzio), Chicago (1933), Metropolitan New York (1934).
1939: vestigde zich in Londen.
1946: nam afscheid van het podium.
1946-1948: werd directeur m.b.t. vocale studies aan de New Opera Company, Londen, waar hij opvoeringen leidde van de Barbiere di Siviglia en La Bohème
Hij was getrouwd met de Australische sopraan Patricia Moore.
Helaas bleef hij wat in de schaduw van Tito Schipa. Maar wat een prachtige stem!

Dino Borgioli heeft tussen ca. 1922 - 1935 opnamen gemaakt voor Columbia, w.o. twee complete opera's: Rigoletto (1928) en Il Barbiere di Siviglia (1929), beide o.l.v. Lorenzo Molajoli en beide met Rosetta Pampanini, sopraan en Riccardo Stracciari, bariton.

We horen twee 25 cm akoestisch opgenomen Columbia's. De stem is buitengewoon helder opgenomen. De opnamedata zijn vermoedelijk 1922 en 1923.



Dino Borgioli, tenor:

1  Bellini - "La Sonnambula": Prendi l'anel ti dono    2:42
2  Gounod - "Faust": Salve dimora    3:25
78t 25 cm: Columbia D 5037   70743 / B 18

3  Buzzi-Peccia: Lolita    3:31
4  Toselli: Rimpianto    2:40
78t 25 cm: Columbia CQ 694   B 906 / B 907

Download mp3